Terug

kinderarmoede
in Limburg

door Judith Janssen

vormgeving Media Valley

Kinderarmoede is een relevant thema in Limburg. Hier groeien gemiddeld méér kinderen in armoede op dan in de meeste provincies in Nederland. Maar wie kent die kinderen eigenlijk? Hoe zien ze eruit? Waar wonen ze? Hoe ziet hun leven eruit? Wat zijn de verhalen achter alle cijfers die ik tegenkom? Ken ik die kinderen?

Vier weken lang deed Judith Janssen onderzoek.

Druk op de cirkels in de klas om te navigeren.

i

De ouders

Ik vraag me af hoe kinderen van bijstandsouders naar het HBO moeten

“Ik ben een alleenstaande moeder met een zoon, die onlangs 18 is geworden. Op zijn 17e rondde hij zijn havo af en wilde hij naar het HBO in Breda. Voor zijn studie had hij twee nette pakken nodig, een schooluniform, nette overhemden, nette schoenen, boeken, een laptop, een smartphone voor de schoolapps en een printer. En een fiets om van en naar school te fietsen. Dagelijks reizen op die afstand is niet te doen, dus moest dus ook gezocht worden naar een kamer. O ja, en ze gingen op studiereis naar Berlijn en moesten de producten die tijdens de praktijkles worden gebruikt ook zelf betalen. Deze opstartkosten bedroegen al zo’n 4000 euro; dan was hij nog niet één dag op school geweest.

Ik kon nergens terecht voor financiële steun. Er werd gezegd dat hij een lening bij het DUO moest afsluiten, maar veel kosten moesten al gemaakt worden in juli en augustus en de eerste betaling van DUO was pas eind september. Ik kon ook geen beroep doen op de bijzondere bijstand. Maar hoe betaal je dit als bijstandsmoeder? Mijn zoon heeft een deel zelf bij elkaar verdiend en ik heb een deel van mijn ouders kunnen lenen.

In de bijstand kun je nauwelijks sparen. Ik kan wel rondkomen, maar ik moet altijd zuinig aan doen. Altijd naar de aanbiedingen kijken. Maar kosten voor een studie zijn een probleem. Ik vraag me echt af hoe kinderen van bijstandsouders naar het HBO moeten. Alsof instanties ervan uitgaan dat als je in de bijstand zit je geen hogere opleiding kunt volgen. Er zijn mensen in de bijstand die ik ken die hun kind om die reden niet laten studeren. Ik wilde per se dat mijn zoon dat wél zou doen.”

Zelfs met 2500 euro per maand kan er nog geen ijsje van af

“Ik verdien nu tussen de 2500 en 2800 euro per maand. Meer dan genoeg, zou je zeggen. Maar zodra het geld op de bank staat, is het alweer meteen weg.  We zorgen er snel voor dat er nog geld is voor luiers en eten voor de kinderen, maar daarna is er niets meer. Door het loonbeslag is bijna alles weg.

Mijn vader heeft mij opgelicht voor 80.000 euro. Vanwege mijn werk ‑ destijds – bij de marine moest ik hem machtigen, zodat hij in geval van nood bij mijn rekeningen kon. En daar heeft hij misbruik van gemaakt. Hij sloot leningen af, kocht televisies, laptops, telefoonabonnementen. En dat allemaal op mijn naam. Drie jaar geleden is hij opgepakt en veroordeeld voor fraude.

Overal hebben we hulp gezocht. Maar niemand geloofde ons verhaal. Bovendien hadden we meer dan vijftig schuldeisers. Daar wilde niemand zijn vingers aan branden. Zie die eisers maar eens op één lijn te krijgen. We werden van het kastje naar de muur gestuurd.

Op papier hebben we een goed inkomen, maar in de praktijk hebben we geen geld. Vierhonderd euro per maand om van te leven met ons gezin met twee kleine kinderen. We hebben nergens recht op. De potjes van de gemeente zijn niet bedoeld voor ons. De toeslagen ook niet. Er wordt niet gekeken naar wat we daadwerkelijk te besteden hebben.

Onze kinderen kunnen niet sporten, niet naar de peuterspeelzaal. Onze zoon wil heel graag voetballen, maar we kunnen het niet betalen. Hij zit maar de hele dag voor de televisie. Soms gaat hij met oma naar de film, dat wel. Ik kan ze niet geven wat ik graag zou willen. Ik kan niet sparen. Er is geen geld voor een stoere trui of een kleine vakantie. We zien elk jaar enorm op tegen de zomervakantie. Dat is het ergste. Altijd weer de vraag: ‘waarom gaan wij niet weg?’ Er is niet eens geld voor een ijsje. Hoe moet dat straks als de oudste naar de middelbare school gaat?

We hebben ook geen vrienden. Wij zijn altijd het stel dat niet mee kan. Niet naar verjaardagen of een avondje uit. Ik heb het wel verteld op het werk. Maar dat is niet makkelijk. Het venijn van mensen is groot. De vooroordelen over armoede nog groter. Wij hebben er alles aan gedaan om het op te lossen, maar het lukt niet. Dat vind ik moeilijk te accepteren. Je voelt je minderwaardig. Alleen al door de manier waarop instanties met je omgaan. Van ‘oh daar heb je weer zo iemand met schulden en wij moeten het weer oplossen’.

We proberen het de kinderen niet te laten merken, maar er is geen moment dat we geen stress hebben.  Ik wéét dat ze het voelen.”

De ouder: Daisy Derks

Daisy Derks: “Op een gegeven moment werd alles afgesloten. Geen water, geen gas en licht.”

Ik laat zijn ogen niet testen, want geld voor een bril heb ik niet

“Elke maandag krijg ik 80 euro op mijn rekening gestort door de bewindvoerder. Ik vind het belangrijk dat mijn kinderen gewoon mee kunnen doen, dus heb ik met de bewindvoerder afgesproken dat die het schoolgeld betaalt en kleine schoolreisjes.
Mijn zoon merkt dat we weinig geld hebben, omdat hij geen beugel krijgt, terwijl hij er wel een nodig heeft. Maar ik kan het niet betalen. Net als dat hij misschien wel een bril nodig heeft, omdat hij zoveel klaagt over hoofdpijn. Ik laat zijn ogen niet testen, want geld voor een bril heb ik niet. Hij wil ook graag nieuwe kleren. Ik krijg hem echt niet meer in kleren van de Kledingbank. Hij is veertien, wat wil je? Gelukkig heb ik een vriendin met een oudere zoon van wie mijn zoon kleren krijgt. Mijn dochtertje had op school een koptelefoon nodig en omdat ze daar overblijven, moet ze ook elke dag een lunchpakket mee.

Natuurlijk beseffen ze het, behalve de jongste dan. Die weet niet beter. Voor haar is dit normaal. Maar de oudste beseft het wel. Zij heeft altijd hard meegeholpen om rond te kunnen komen. Dan had ze een bijbaantje en van het geld dat ze daarmee verdiende, deed ze ook boodschappen of kocht ze nieuwe schoenen voor haar broertje. Mijn dochters zijn er heel zelfstandig door geworden. Die regelen alles zelf, al was dat wel anders een paar jaar terug. Toen had mijn dochter het er wel moeilijk mee, maar durfde ze dat niet tegen mij te zeggen.

Elke dag ben ik bezig met geld en met uitrekenen hoeveel er nog overblijft. Als mijn dochter dan een kapotte schoen heeft, word ik heel nerveus. Nieuwe schoenen kan ik niet betalen. De kinderen merken die stress ook.

Soms denk ik wel dat mijn kinderen wereldvreemder zijn dan hun leeftijdsgenoten. Ze lopen iets achter met alles. Als je ze zou vragen wat de hoofdstad van Frankrijk is, zouden ze zomaar Berlijn kunnen zeggen. Dat komt omdat we nooit ergens zijn geweest. Nog nooit in een ander land, waar ze zien dat het er anders is dan hier.”

De ouder: Petra Aarts

Petra Aarts: “Het begon met een hypotheekschuld nadat mijn ex en ik uit elkaar zijn gegaan.”

De dokter

Kinderen lezen al snel de lichaamstaal van hun ouders

“Dagelijks zie ik ze tijdens mijn spreekuur, kinderen en hun ouders die in armoede leven. Ik zie het vaak niet aan ze en ze beginnen er ook zelf niet over. Voor hen is armoede er gewoon altijd. Als ik vraag hoe het gaat, zeggen ze nooit: ‘niet zo goed, want ik ben arm.’ Maar het is er wel. En het is een probleem.

Een van de belangrijkste gevolgen van kinderarmoede die ik tegenkom, is uitsluiting. Kinderen kunnen niet meedoen. Ik zie hier pubers die na school niet even mee kunnen gaan naar de stad met vrienden, want stel dat die wat bij de Mac willen halen en jij hebt daar het geld niet voor. Die jongeren zeggen dan: ‘Ik ben te druk, ik kan niet mee.’ Maar ze durven niet te zeggen dat er geen geld is.

Ik zie kinderen die liever niet naar een kinderfeest gaan, omdat ze een cadeautje van een paar cent kunnen kopen en niet iets voor zeven euro. Kinderen die niet meekunnen op schoolreis en dan ook nog van de leraar horen: ‘Zeg even tegen je ouders dat ze het schoolgeld nog moeten betalen.’ Of kinderen die thuis niemand durven uitnodigen, omdat ze alleen maar water kunnen schenken of de appelsap die er is, niet meer kunnen delen. Dan hoor je er niet bij.

Lichamelijke klachten zie ik ook. Buikpijn, hoofdpijn, slapeloosheid, obstipatie. Allemaal klachten die stress-gerelateerd zijn. De ouders – vaak de moeders – hebben continu financiële stress, maar hun kinderen ook. Sommigen meer dan anderen, maar er is altijd een mate van stress aanwezig. En de een reageert daarop door agressief gedrag te vertonen, de ander is sneller afgeleid of krijgt hoofdpijn.

Armoede kan al in de jongste jaren aan de kinderen gaan kleven. Ze snappen het misschien niet precies als ze vier, vijf jaar oud zijn, maar ze lezen toch al wel snel de lichaamstaal van hun ouders. Hun grondhouding kan ook op die leeftijd al veranderen in een wantrouwende houding naar voorbeeld van een (begrijpelijke) houding van hun ouders: ‘Voorzichtig zijn met zomaar ja zeggen op leuke dingen.’ En zo gaat hun onbevangenheid verloren.

Armoede staat zelden op zichzelf. Vaker is er meer aan de hand. Alleenstaand ouderschap bijvoorbeeld. Komt ontzettend vaak voor. Dat zijn vaak al geen vrolijke omstandigheden, met veel ruzies en irritaties. Maar ook ouders die chronisch ziek zijn. Stress, ook over geld, is een risicofactor voor huiselijk geweld en verwaarlozing. Je wil niet stigmatiseren en die ouders niet nog een slechter gevoel geven, maar je moet er natuurlijk wel wat mee doen. Je wilt het voorkomen.”

De dokter: Rianne Reijs

Huisarts Rianne Reijs over armoede in haar praktijk.

De Schooldirecteur

Armoede is óók: geen geld hebben om luizen te bestrijden

“Het ergste vind ik dat kinderen worden opgezadeld met de problemen van hun ouders. Ze kunnen er niets aan doen, maar ondervinden wel de gevolgen. Je ziet het lang niet altijd. Kinderen zijn vaak heel solidair met hun ouders en lopen dus niet met armoede te koop.

De school vraagt aan ouders een vrijwillige bijdrage van 40 euro per jaar. Dat geld hebben we nodig om voor de kinderen leuke activiteiten te kunnen organiseren. Armoede merk je als ouders dit bedrag niet betalen. Ze zijn het dan zogenaamd vergeten, maar het komt nooit.

Natuurlijk weten we dat er ouders zijn die de ouderbijdrage niet kunnen betalen. Die verwijzen we door naar bijvoorbeeld Stichting Leergeld. Soms gaan we zelf met ouders om tafel zitten om te kijken naar oplossingen. Maar er zijn ook ouders die er niet over willen praten. Uit schaamte of uit trots. Dat is de groep die geen hulp zoekt. Mensen die de openheid niet willen en het liever verborgen willen houden.

De gevolgen van armoede voor kinderen merken we op school regelmatig. Bijvoorbeeld als er kinderen zijn met luizen, maar ouders de luizenbehandeling niet kunnen betalen. Dat spul is ook hartstikke duur. Dan gaat een groot deel van het weekbudget eraan.

We merken het ook aan kinderen die bijvoorbeeld vaak te laat zijn, vaak ziek zijn of regelmatig verzuimen. Sommige kinderen moeten twee kilometer de berg op lopen, omdat hun ouders geen geld hebben voor de bus of een fiets. We hebben ook wel eens fiets geregeld voor iemand. Dat doen we zoveel mogelijk onder de tafel. Omdat we mensen niet in verlegenheid willen brengen, maar willen voorkomen dat andere ouders jaloers worden. Mensen oordelen toch al zo snel. ‘Wel een mobiel hebben, maar geen schoolgeld kunnen betalen?’, zeggen ze dan.

Je ziet soms ook aan kinderen dat ze arm zijn. Hoe ze eruitzien. Of ze gewassen zijn of hun schoenen kapot zijn. Of ze gegeten hebben. We hebben kinderen die zonder ontbijt naar school komen. Die dan zeggen: ‘Ik had geen honger of geen zin om te eten.’ Dan weet je vaak genoeg. Dan geven we ze hier een appeltje of iets. Of we merken het aan de ouders. Ze zijn vaker ziek, hebben geen baan, zijn gescheiden.

Kinderen hebben last van armoede. Het zijn problemen waar ze niets aan kunnen doen, maar waar ze langdurig last van hebben. Kinderen nemen de problemen van hun ouders mee naar school. Soms proberen ze de thuissituatie verborgen te houden. Lopen ze rond met gedachten als ‘als ze maar niet zien dat mijn jas kapot is. Als ze maar niet vragen of ik kan spelen’. Die stress voelen de kinderen de hele tijd en dan moeten ze nog sommen gaan maken. Ik vind het soms een wonder dat een kind hier nog vrolijk kan rondlopen als je weet hoe de thuissituatie er uitziet.”

De meester

Goed onderwijs enige manier voor kind om uit de armoede te komen

“Ik denk dat 40 procent van onze leerlingen te maken heeft met armoede. Dan tel ik ook de verborgen armoede mee. De kinderen uit gezinnen waar we het niet van weten.

Maar je merkt het op school aan méér dat kinderen het niet breed hebben. Aan te dunne jassen in de winter, te kleine schoenen, kapotte kleding of bijna lege broodtrommels. Sommige leerkrachten hebben standaard een paar extra boterhammen bij zich. Daarnaast krijgen de kinderen het komend half jaar drie keer per week groente en fruit op school.

Je merkt het ook aan het feit dat kinderen thuis vaak nauwelijks kennis krijgen aangereikt. Als we een thema behandelen, zie je dat lang niet alle kinderen iets van thuis mee kunnen nemen om te laten zien.

Kinderen hebben geheimen. Ze nemen de last van thuis mee naar school. Kinderen die soms niets mogen laten merken van hun ouders. Of die niets willen zeggen. Als we het merken, gaan we ook altijd met ouders in gesprek. En dat kan alleen als het klimaat veilig is, ook voor de ouders.

Als school moet je verder gaan dan het leren van wordt met ‘dt’. Het is onze maatschappelijke opdracht om voor kinderen die het thuis moeilijk hebben, wat te doen. En dat gaat veel verder dan het geven van onderwijs.
Dat betekent ook intermediair zijn voor bijvoorbeeld Stichting Leergeld of het Jeugdsportfonds, zodat kinderen kunnen gaan sporten of een zwemdiploma kunnen halen. Naschoolse activiteiten regelen, met maatschappelijk werk in gesprek gaan en zeker met de ouders.

Vooral dat laatste is belangrijk. Daarom voert de school het zogeheten VVE-thuisprogramma uit. Kort gezegd komt dat erop neer dat docenten ouders vertellen over wat er allemaal op school gebeurt, maar ook praten over opvoedkundige zaken, zoals bedtijden en tandenpoetsen.

We willen de opvoeding niet van ouders overnemen, maar we willen de kinderen wel de kans geven om armoede te ontvluchten door qua leerprestaties eruit te halen wat erin zit.

De enige manier voor een kind om uit de armoede te komen, is goed onderwijs. Maar soms is het lastig voor leerlingen om goede resultaten en werkhouding ook in het voortgezet onderwijs vast te houden. We hadden hier een leerling met een hele hoge Cito-score die naar het voortgezet onderwijs ging met een VWO-advies. Maar binnen drie maanden viel hij terug, omdat er thuis geen ondersteunende structuur was. Wat kun je ook verwachten van ouders die zelf laaggeletterd zijn? Dat is hartstikke moeilijk. Al kun je maar één kind uit de situatie halen. Dat is er in ieder geval één. Die hoop moet je houden.”

De juf: Ingeborg Dijkstra

Ingeborg Dijkstra over armoede op school: “Kinderen lopen rond met het geheim van thuis, dat kan heel belastend zijn.”

Kevin

Een kerstboom stelen, omdat je je moeder ook een echte boom gunt

“Vanaf mijn twaalfde ben ik gaan werken als afwasser. Ik betaalde alles zelf. Een kaartje voor de bus, zwemuitjes, leuke dingen. Ik wist dat ik dat thuis niet aan mijn moeder kon vragen. Het geld was er toch niet. Waarom zou ik nog het vragen?

Thuis voelde ik de spanning van mijn moeder. Ik had er soms hoofdpijn van. Ik was daarom veel buiten. Ik wilde de confrontatie niet aangaan. Als kind heb ik vaak gedacht: wat kan ik doen? We spraken er niet echt over thuis. Ik wilde mijn verdriet of teleurstelling ook wegstoppen, want ik wilde niet dat mijn moeder daar weer verdrietig van zou worden.

Vrienden die bij ons kwamen, zagen het wel. Dat we geen flat screen hadden, dat de meubels niet bij elkaar pasten. Met sommige vrienden, die in dezelfde situatie zaten, deden we wel eens ‘domme dingen’. Dingen stelen in de winkel. Of een fiets. Wij wilden ook spullen hebben. Net als anderen. Dat dreef ons.
Met mijn buurjongen heb ik met Kerstmis twee echte kerstbomen gestolen. Het kopen van een kerstboom was bij ons altijd gedoe. Dan was er geen geld, of moest mijn moeder geld lenen. Dus gingen we ’s avonds op pad met een zaag en zaagden we twee bomen af. Mijn moeder was toen wel heel boos op me. Maar ik wilde haar zo graag een echte boom geven.

Ik ben anders opgegroeid dan kinderen waar meer geld was thuis. Ik heb veel jonger al een verantwoordelijkheidsgevoel gekregen. Ik ben misschien ook sterker dan iemand die thuis maar alles krijgt. Ik weet dat als je iets wil, je er moeite voor moet doen.

Maar ik heb ook niet echt kind kunnen zijn, denk ik. Ik ben te vroeg volwassen geworden. Ik hielp al vroeg mee thuis, dat wilde ik zelf, maar eigenlijk zou een kind dat nog helemaal niet moeten doen. Maar ik ben niets tekort gekomen. Zo voelt dat niet.”

Kim

Vaak kregen we deurwaarders aan de deur die ook tegen mij heel lelijk deden

“Met Sinterklaas kregen we altijd kleren. Of een set potloden. Maar we waren blij met alles. Eén keer per jaar gingen we kamperen bij de boer met mijn vader. Met ons drietjes in een tent. Mijn moeder werkte in de zomer op een camping in Frankrijk. Dan gingen wij mee. Dat was onze vakantie.

Toen ik 11 jaar was, kreeg ik voor het eerst nieuwe kleren. Een jurk en een legging. Met mijn moeder ging ik naar de winkel en ik mocht dat uitzoeken. Dat heeft indruk gemaakt. Ik kwam haast nooit in de stad. Wij kregen altijd tweedehandskleren. Eerst gingen ze naar mijn zus en dan naar mij.

Dat vond ik wel jammer. Ik hield van mooie kleren. Als ik nu foto’s zie van mezelf, vraag ik me af waarom ik nooit ben uitgelachen. Die kleren … veel te groot. Bij het boodschappen doen was het altijd spannend of we het zouden redden. Een keer zei mij moeder: ‘Breng gauw even het wagentje terug. Die 50 cent hebben we nog nodig.’ Ik weet dat ik dacht: hoezo? Maar ik schaamde me dood.

Mijn moeder had de meeste moeite om met geld om te gaan. Vaak kregen we deurwaarders aan de deur die ook tegen mij heel lelijk en intimiderend deden. Toen het water werd afgesloten, moesten we de wc doorspoelen met emmers water van de buren. Daar wasten we ons dan ook maar mee. Achteraf denk ik wel eens: hoe is het mogelijk dat zij dit heeft laten gebeuren? En dat het waterbedrijf dit deed.

Ze had het er moeilijk mee, mijn moeder. Dat merkte ik ook. Ze had er spanning van. Ik probeerde haar te ontzien door niet meer over geld te beginnen. Als er een schoolreisje was, stapte ik zelf naar de docent en zei dat er thuis geen geld was voor een reisje. Ik vond het gênant om te zeggen, maar het had toch geen zin om het mijn moeder te vragen. Gelukkig heeft de school altijd wat kunnen regelen.

Ik weet niet of ik anders ben opgegroeid dan andere kinderen. Misschien wat eerder volwassen geworden. Ik heb mezelf wel altijd de vraag gesteld: hoe zorg ik ervoor dat het mij beter gaat? Opleiding is de sleutel, denk ik. Ik heb mijn studie afgerond. Ik heb een baan geen vetpot maar ik hecht ook niet heel veel waarde aan geld. En ik heb geen gat in mijn hand.”

De statistieken van het CBS

Armoede volgens de statistieken van het CBS.

De journalist

“Ik heb tekeningen en opstellen gekregen van kinderen van een Limburgse basisschool over armoede. Op een daarvan stond een voedselbank getekend. De leerling wist precies in beeld te brengen hoe die eruit ziet. Met twee verdiepingen en een rood dak.

Mijn kinderen weten niet hoe een voedselbank eruit ziet. Hebben vast nog nooit gehoord van een kledingbank. En hebben ook geen idee hoeveel wij per week te besteden hebben. Een deel van de kinderen van deze school weet dat precies, blijkt uit hun werkjes: 50 euro. Indrukwekkend.

Voordat ik aan dit onderzoek begon, wist ik niets van kinderarmoede. Ja, ik kende de cijfers. De rapporten en de theorie. Maar de kinderen en hun ouders kende ik niet. Hun omstandigheden evenmin. Maar inmiddels ben ik niet meer verbaasd als een moeder tegen me zegt ‘ik sla een maaltijd over zodat mijn kind kan eten’. Of als een leraar zegt ‘kinderen komen echt met een lege maag op school’. Het komt voor. Het komt vaak voor. En het komt voor in elk dorp of wijk in Limburg.

Het onderwerp armoede lijkt taboe, maar is dat volgens mij niet. De meesten wilden wel vertellen over hun situatie. Maar armoede kent ook venijn. De meeste ouders wilden daarom anoniem hun verhaal doen en hebben dat geweten. De reacties varieerden van ‘eigen schuld’, ‘jullie zijn lui’, ‘had je maar geen kinderen moeten nemen’ tot ‘respect dat je dit vertelt’ en ‘bij mij is het niet veel anders’. Kinderarmoede levert ook stof op voor discussie.

En het kent vele uitingsvormen. Je ziet het niet altijd. Het is ook niet overal hetzelfde. Ik heb twaalf gezinnen en twee kinderen gesproken en hun verhalen zijn allemaal anders. De een heeft schulden, de ander werk, weer een ander is gescheiden en zit in de bijstand. Eigen schuld. Toeval. Pech. Kan zijn. Maar de kinderen kunnen het niet helpen.”